De Koers

Elke vier jaar komen de zusters bijeen voor een vergadering waarin de inspiratie en het beleid worden verwoord voor de komende periode. Dit is de Koers die zij willen volgen. Deze leidraad is in het leven van alledag inspirerend en richtinggevend. In de Koers zeggen de zusters dat zij geloven in een betere wereld. Die levenshouding stimuleren de zusters bij elkaar. Zij doen dit door gezamenlijk te overwegen wat Jezus van Nazareth bezielde en wat Hij deed. Julie Postel leefde vanuit het evangelie en zij spoorde haar zusters aan om ook zo te leven.

Julie Postel stichtte haar congregatie om mensen uit haar omgeving in nood bij te staan. In de voetsporen van Jezus van Nazareth zette zij zich volledig in voor verbetering van het lot van de armen en gebrekkigen, soms met gevaar voor eigen leven. Zij ging tot het uiterste om haar idealen te bereiken en spoorde haar zusters aan om ook zo te leven. In de geest van de stichteres zijn de zusters van Julie Postel altijd attent geweest op nieuwe noden in de samenleving. In het verleden hebben zij onder andere zorg gedragen voor ziekenzorg en onderwijs, iets wat nog niet vanzelfsprekend was. De zusters van Julie Postel zijn en blijven attent op hedendaags noden, witte vlekken in onze samenleving, waar onrecht, macht en geweld mensen doen lijden. Zij zetten zich in om samen met anderen naar vermogen bij te dragen aan wat daarin verbetering kan brengen.

De zusters van Julie Postel willen ‘helend aanwezig zijn’. Maar zij beseffen dat wie geeft, zelf nog meer ontvangt. Helen en geheeld worden vormen een wezenlijke wisselwerking in het leven van de zusters van Julie Postel.

De Congregatie van de Zusters van Julie Postel nadert zijn voltooiing in Nederland. Er is sprake van een veroudering van de leden van de congregatie alsmede een afname van het aantal zusters in Nederland. Dit vraagt om een herbezinning op de toekomst.

De aandacht gaat in eerste instantie uit naar het welzijn van de zusters, in overeenstemming met de constituties en met aandacht voor de tekenen van de tijd en de mens in nood.

In tweede instantie vraagt de afbouw van het aantal zusters, en daarmee gepaard gaande afbouw van de kloostergemeenschap de nodige aandacht.
• Hoe kunnen wij gastvrijheid die zo hoog in ons vaandel staat, voor de zusters en gasten blijven garanderen?
• Hoe blijven wij vorm geven aan ons gebedsleven?
• Hoe kunnen wij een religieuze gemeenschap blijven in de geest van onze stichteres in het hier en nu? Ook nu we ouder worden dan wel oud zijn en onze voltooiing naderen?
• En hoe kunnen we onze zending - helend aanwezig zijn - voortzetten, ook als wij als congregatie niet meer in Nederland zijn?